Gepost door: welmoed | dinsdag, 25 maart, 2008

Komt een vrouw bij de Kneipe

Het is al ongeveer drie weken geleden – of vier? – en sindsdien ben ik een beetje uit mijn ritme. Mijn ‘normale’ ik is ietwat veranderd, ten goede of ten slechte, dat weet ik niet. Ritme is goed voor een mens. Met goede nachtrust, op tijd eten en het rustig aan doen overdag komt een mens al een heel eind in z’n leven. Helaas gaat zoiets niet op voor een student. En al helemaal niet met een studiereis….

Mijn oog werd laatst getrokken door een interessante mail van een voor mij bekend intistuut, maar waar ik niet vaak kom. School. Het was een mailtje over een studiereis: je kon er punten mee verdienen, het was een weekje en het kostte maar 85€. Mijn gedachten gingen gelijk uit naar mijn ’studiereis-drank-buddy’ van Istanbul. Wat klonk er nou niet beter dan een goedkoop reisje met volop zuipmogelijkheden? Mét ook nog kans op studiepunten! Hup, hier hoefde ik niet lang over na te denken: belde mijn buddy op, regelde vrij van werk en pakte mijn tas in.

Zondag, plaats: station, tijd: veel te vroeg, bestemming: Freiburg

Duitsland zou de bestemming worden van ons – een groep van 15 gestoorde studenten. En ook Frankrijk zouden we aandoen, Straatsburg. Oh, en op de terugreis ook nog even een stop in Brussel. Als ik nog nooit deze landen had bezocht was dit mijn kans geweest. Lekker drie talen praten en de mooie omgevingen zien…

Ik zou veel over de reis kunnen vertellen, iets waar ik eigenlijk niet zo’n zin in heb – aangezien ik de helft niet eens meer weet. Ik zal het kort samenvatten.
Ah, de drank. De drank. 

Pro’s:
Duitse snelwegen, bier, benzine, zonneschijn, Zwarte Woud, wok, hostel, slaapzak, douchetijdmachine, jam, misselijk, eitjes, bier, Ganter, lokale kroeg, discotheek, rookverbod, uitsmijters, middeleeuws, pingpong, Kneipesfeer, Duits, wandelen, tentoonstellingen, sneeuw, liedjes zingen, dom doen, gratis glazen, foto’s, chocoladerepen, etc. 

Con’s:
minibusjes, tankstations, katers, slaapzalen, chagerijnigen, kartonpasta, douches, geen slaap, lunchpakketjes, afwassen, eten koken, discussiëren, Belgische snelwegen, bergweggetjes, ijs, regen, Turken, champagne, Frans eten, Kräuterthee, Vitaminebar, etc.

Volgens mij ben ik met deze lijst nog niet eens halverwege.

Even een titelverklaring:
Een Kneipe moet je ondervinden om te kunnen begrijpen wat het ís of hóe het is. Je zou het kunnen omschrijven als een buurtdranklokaal waar de uitbater ook gelijk de dj en schoonmaker is. Of waar de stamgasten nog net niet hun slaapzak mee naartoe nemen (maar wel hun Zweedse puzzels). De sfeer wordt er versterkt door de TL-verlichting en die ene CD met slecht gecoverde jaren ‘80 liedjes. Linolium op de vloer, valletjes voor de ramen en familiefoto’s van de uitbater aan de wand.

Doet deze omschrijving jou sterk denken aan het huis van je oma/tante/’insert random familie member’, dan zou ik even contact opnemen met het televisieprogramma ‘Vrienden houden huis’.
Tijdens de studiereis waren een paar studenten moedig genoeg om zo’n dranklokaal in te gaan en óók nog het plaatselijke bier te bestellen. Needless to say, ze werden aardig aangestaard door de stamgasten.

Gepost door: welmoed | maandag, 11 februari, 2008

Meltdown

Al een paar dagen probeer ik hier iets te schrijven. Het wil me niet lukken. Mijn hoofd is gevuld met onderwerpen, maar mijn vingers weigeren dienst. Ik voel me duf. De laatste weken ‘mist’ er iets, ’s avonds verveelt de tv mij en ga ik vroeg op bed. ’s Ochtends wacht ik met ongeduld op de wekker. Mijn naaimachine heeft al dagen niet meer lapjes stof gezien en mijn bibliotheekboeken liggen nog steeds te wachten totdat ik ze ga lezen. Waarom heb ik ze geleend? Dat weet ik al niet meer.

Is het een maladie? Deze rusteloosheid?

Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat er nu in mijn huis ook geen meer klusjes zijn. Deze dufheid zet mij aan tot het doen van nog-niet-gedaan-opknap-klusjes. Badkamer geschilderd, kast gebeits, lampje opgehangen. Zelfs mijn huis is ongewoon schoon. Kledingkast gereorganiseerd.

Bespeur ik een verandering in mij?

De tv boeit mij niet. Op dit moment wordt er voor de zoveelste keer een film uitgezonden: Speed. En ook de film daarvoor had ik al vele malen gezien. Waarom bestaat er niet zoiets als een filmcommitee die er voor zorgt dat films maar een bepaald aantal keer uitgezonden mogen worden? Waarom worden kijkers gedoemd tot het herkauwen van derderangsfilms? Ook met televisieseries is het een pot nat. Moeten we nu al voor de vijfde keer deze serie zien? Ik zet mijn tv maar niet meer op de gebruikele zenders en betreed nu de jungle van mijn 90 digitale zenders.

Ik denk dat ik nu maar de was ga opvouwen. En daarna? Ik weet het niet meer…

Gepost door: welmoed | zaterdag, 1 december, 2007

Pijn

Ive had my face dragged in
fifteen miles of shit
and I do not / and I do not
and I do not like it
so how can anybody say
they know how I feel?
the only one around here who is me
is me
Morrisey – How could anyone possibly know how I feel

Pijn is een groot woord. De afgelopen week heb ik verschillende soorten pijn gevoeld. De zondag begon het met een zeurderig gevoel aan mijn linkeronder kiezen en kaak. Ik dacht, dat is vast weer de pijn van die doorkomende verstandskies.

But no, de volgende dag werd de pijn heviger. Een pijn die langzaam op kwam zetten en dan met volle hevigheid mijn totale vermogen tot nadenken verlamde, waarna de pijn weer wegebde. Ik greep al naar de vertrouwde Ibuprofen en voelde misschien een beetje verlichting. Maar de pijn bleef nog steeds.

Nou moet je me niet verkeerd begrijpen doordat ik telkens het woordje ‘pijn’ gebruik, want ik ben niet zo’n aanstellerig type. Ach, wat is een beetje pijn? Spierpijn heb ik al nooit erg gevonden en bij een beetje hoofdpijn slikte ik nooit snel een pilletje.Maar iedereen heeft z’n ‘breaking point’, het punt waarop hij/zij het echt niet meer aankan en veranderd in een zielig hoopje. Bij mij was dat breaking point in de woensdagnacht. Ik kon níet meer slapen van de pijn (ondanks de pijnstillers) en had het even helemaal gehad. Gehuild en geschreeuwd heb ik, gejankt om mijn moeder heb ik, gesnotterd in mijn kussen heb ik.

Ik ben er niet trots op, dat geef ik toe. Dit was mijn bewijs dat ook ík, die zichzelf altijd zo psychisch sterk voelt, zou bezwijken als ik werd gemarteld. De tandartsassistente had volgens mij wel een beetje medelijden met me toen ze mijn gebroken wil stem hoorde, toen ik haar smeekte om te mogen komen. En komen mocht ik. De tocht naar de tandarts was de langste in mijn leven. En de tijd in de wachtkamer voelde aan als een dag.

Die donderdag was de pijn trouwens ondragelijk. Eten kon ik niet meer met die kies en ook mijn kaak voelde een beetje kut pijnlijk aan. Dus toen ik die tandartstoel al klaar zag staan sprong ik er in en slaakte een zucht van opluchting. Nu zou een einde aan mijn pijn komen.

Hell no. What was I thinking?

Een half uurtje later zei de tandarts: ‘Zo, dat was een wortelkanaalbehandeling!’
Gelukkig met verdoving, maar wel in de kies, en die verrekte naald in je kies doet behoorlijk pijn. Ik heb aardig liggen spartelen in die stoel. En die tandarts durfde het ook nog te wagen om te zeggen: ‘Maar goed dat je gekomen was, anders had je nog meer pijn gehad’. Yeah, alsof al deze pijn niet al een hel was?

 

Gepost door: welmoed | zondag, 18 november, 2007

Port

Op mijn nieuwe dressoir staat mijn pas verkregen drankcollectie. Het lijkt wel alsof ik speciaal voor die reden het teakhouten dressoir heb gekocht, zo goed staat de drank er op. Laatst was ik jarig, uitnodigingen verstuurd enzo, maar had vergeten op de uitnodiging te zetten: “zelf drank meenemen”.

Dat hoefde ook niet, mijn gasten kwamen uit zichzelf al met de drank aanzetten, als cadeau voor de jarige, ik.
Waarschijnlijk heb ik het iets te vaak gehad over mijn lieve drankje, witte port. Of heb ik het gewoon te vaak gedronken in gezelschap. Waar het ook door komt, mijn naam is nu verbonden met witte port.

En dat klinkt nog niet eens zo slecht. Tja, ik had het kunnen weten dat dit ooit eens zou gebeuren. Wat wil je ook als je op school komt met een flesje port in je tas. Maar ik had wel een leuke les!

Kortom, port houdt ook wel van mij. Wij zijn een witte gouden combinatie.

Gepost door: welmoed | maandag, 12 november, 2007

Taart

Taart voor mij.

Om twee redenen:

- gister was ik jarig

- vandaag was de dag van de 1000ste view van deze blog!

Gepost door: welmoed | donderdag, 8 november, 2007

Remember, remember, the 10th of november…

Het lijkt een eeuwigheid met wat er allemaal in dat jaar is gebeurd, maar toch was het maar een jaar. Deze zaterdag mag ik weer een jaartje bij mijn leven optellen. Veel is het niet, 21 maar, en toch voel ik me alweer ouder en kuchwijzerkuch.

In dit jaar is voor mij veel gebeurd, heb mijn stage niet voldoende gehaald, heb een fantastische tijd in Istanbul gehad, nieuwe vrienden gemaakt, anderen verbaasd over mijn andere persoonlijkheid, vrienden uit het oog geraakt, werk opgezegd, nieuw leuk werk gekregen en een eigen huisje!

Ach, ik zit hier op de vloer, toetsenbord op mijn schoot (typt wel lekker zeg!) en kontspieren goed aan’t trainen op de harde vloer. Ben net thuisgekomen na een fietsritje, iets wat mij altijd in een mijmerstemming doet komen. Dan zit ik op mijn fiets, wind door de haren, muziekje op en gedachten op ‘nul’.

Het is maar goed dat ik autorijden geen zak aan vind, want om mijn gedachten erbij te houden en vooruit te kijken vergt veel van mij. Damn, ik was zonet nog net niet aangereden door een fietsers in the middle of nowhere. Ik kan er niets aan doen, ik ben van het dromerige type.

Op mijn fiets dus, weer aan’t dagdromen, was ik aan het nadenken over mijn verjaardag. Over wie er allemaal moesten komen, wie er niet konden, wie ik absoluut er niet wilde hebben, wat ik zou moeten serveren, wat ik aan moet doen, hoe ik mijn haar moet doen, waar ik meer stoelen vandaan moest halen… etc.

De belangrijkste gedachte was nog: wat zou ik moeten vragen voor mijn verjaardag. Want één ding is zeker, ik wil cadeaus. Tja, wat kan ik zeggen: I’m a material girl (vooral qua stoffen).

Hmm:

ik zou wel willen,
een pittig lingerie setje;
jarretelkousen;
een leren zweepje;
een set handboeien;
bovenstaande + een lekkere vent.

Zie…nu was ik al weer aan’t dagdromen. En ik zat niet eens op de fiets…

Gepost door: welmoed | vrijdag, 26 oktober, 2007

One key unlocks all

Sleutelbos

In mijn hand hou ik een grote sleutelbos vast. Ik heb grote sleutelbossen altijd al ’stoer’ gevonden, op de een of andere manier lijkt het alsof je belangrijkheid te maken heeft met de hoeveelheid sleutels. Het ziet er tenminste beter uit dan twee miezerige sleuteltjes aan je bos, eentje voor de voordeur en eentje voor je fiets. Triest.

Sinds kort heb ik aardig wat sleutels er bij, toegegeven er gaat er eentje af, maar dat maakt niet meer zoveel uit nu ik zo’n grote bos heb.

Ik heb een hele speciale sleutel: eentje voor mijn eigen voordeur! Je kunt de vreugde niet beschrijven die ik voelde toen ik voor het eerst mijn eigen voordeur opendeed. Ik heb nog meer sleutels voor mijn flatje, maar de sleutel van de voordeur is voor mij het belangrijkst. Zonder dat was ik niet wat ik altijd al wilde zijn:

Mistress van mijn eigen stekje.

  • Keeper of the Keys

Juist ja, ik heb mijn eigen stekje. Één hoog, in’t midden, boven mijn broer en zus. Natuurlijk moet ik het delen met iemand anders om de kosten te drukken, maar ik heb mijn eigen plek. 30 m2, helemaal voor mezelf. De huisgenoot krijgt 19 m2, helemaal voor zichzelf. En de keuken, badkamer en plee delen we dan maar.

Ach, dit is echt vele malen beter dan mijn ‘kamer’ hier in dit studentenhuis. Het was een lekker rustig studentenhuis, maar het leven op één kamertje heeft zijn tijd toch wel gehad. Ik ben klaar om de wijde wereld kamers van mijn flatje in te gaan!

Gepost door: welmoed | woensdag, 19 september, 2007

Murphy’s Law

Als iets fout kan gaan dan gaat dat ook altijd fout bij mij.

20.45:

Deze avond werd mijn studentenhuis opgeschrikt door mijn gevloek. Mijn internet heeft deze week nogal vaak de neiging gehad om langzaam dood te gaan. Eerst begint het met een langzame verbinding. En wanneer je dan nog niet gefrustreerd genoeg bent doet internet het soms wel en soms niet meer. Dan laat hij je nog net een halve pagina zien en daarna niet meer. Probeer ik fatsoenlijke msn gesprekken te voeren, krijg ik opeens geen reacties meer. En 10 minuten later krijg ik het bericht dat mijn berichten ook nooit aangekomen zijn.

En maakte dat mij nog niet woest dan was het wel dat ik toen per ongeluk een glas liet vallen en dat daarna in tientallen stukjes glas veranderde.

Nog niet een kwartier daarna stootte ik per ongeluk mijn bord om. Op de kop. Op de vloerbedekking. Met de pindasaus er nog op.

En toen ontglipte mij een schreeuw! Meerdere zelfs. Ik lag toen op de grond en moest een paar minuten naar mijn plafond staren voordat ik weer kalm werd. Zo’n half uurtje zonder internet is echt funest voor mij.

En nadat ik de pindasaus uit mijn vloerbedekking geschrobt had probeerde ik even tv te kijken, maar nog steeds bleven mijn gedachten bij de internetverbinding die niet werkte.

Gelukkig deed hij het een kwartiertje daarna alweer. Ik denk dat ik het anders niet had overleefd…

edit:

23.05: mijn breakdown. Nog niet een half uurtje nadat ik weer internet had gebeurde het. Juist had ik mijn glas weer gevuld met witte port en ik stootte hem om, over mijn arm en toetsenbord. Toen had ik het helemaal gehad. Geen geluid kwam dit keer over mijn lippen om mijn huisgenoten te verschrikken. Maar dikke tranen rolden over mijn wangen. Op dat moment was ik rijp voor het gesticht.

Gepost door: welmoed | zaterdag, 8 september, 2007

Panic! at the supermarket

A person buying ordinary products in a supermarket is in touch with his deepest emotions.

Vandaag was ik in de supermarkt voor mijn weekend boodschappen. De supermarkt waar ik was noem ik altijd liefkozend ´mijn buurtsuper´. Sinds deze verbouwd is kom ik er liever, alles staat nu zo mooi en netjes.

Het was zaterdagavond en dus druk, maar niet zo druk dat je alleen al hoofdpijn kreeg als je de rijen voor de kassa´s zag. Het was normaal druk, zodat je nog net niet het gevoel bekroop dat je achtervolgd werd door de beveiliging. Ik had een mandje gepakt, dit keer zou ik niet zoveel kopen dat ik een kar nodig had. Een kar gebruikte ik bijna nooit in ´mijn buurtsuper´.

Ik had nog niet beslist wat ik dit weekend zou gaan eten, dat zou ik nu nog eens terplekke moeten doen. De buurtsuper is handig ingedeeld met groente-fruit eerst en daarna het vlees. Dus toen ik wat druiven had gepakt liep ik daarna door naar de vleesafdeling.

Mijn god.

Zag ik daar wat ik zag? Ik was snel de afdeling naast het vlees ingelopen, want bij het vlees zag ik dat een bekende stond. Een bekende die ik liever niet tegen zou komen zodat ik een eventuele ongemakkelijke ontmoeting zou ontwijken en ons allebeide die schaamte bewaarde. Het was namelijk een bekende met wie ik ooit eens in bed was gedoken. De laatste zinnen die we tegen elkaar zeiden waren: “Je hebt mijn nummer,” en “Ik ben vast nog wel eens op MSN.”

Ik zat er niet mee dat hij me nooit meer had gebeld en blijkbaar zat hij er ook niet mee, want ik had hem nu bij het kippenvlees zien staan samen met een meisje. In de korte ogenblik dat ik hem gezien had, zag ik nog wel dat hij mij niet opgemerkt had.

Tussen de pastasauzen kwam ik bij van de schrik en ging ik langzaam verder met shoppen, maar dit keer probeerde ik ‘hem’ te ontwijken. Ik ging steeds sneller lopen zodat hij me niet zou opmerken.

Eieren;
saté;
rijst,

ik was al snel klaar met mijn boodschappen en ik liep snel naar de kassa’s toe. Om bij de kassa’s te komen zou ik langs de vriezers moeten. Ok, geen probleem, dat zou maar een klein stukje zijn.

En wie stond daar tussen de pizza’s?

Hij + het meisje.

Ik stopte en bekeek ze even, hij had mij gelukkig niet gezien. Ik keek nog eens en toen hij even omdraaide en mijn richting uit keek, stokte de adem in mijn keel. Shit.
Maar een seconde daarna verliet de adem mijn lichaam met een zucht. Het was hem toch niet. Hij had er wel heel erg op geleken, maar het was hem niet. Ik had me vergist.

Zachtjes lachte ik om mijn eigen panische domheid en liep ik door naar de kassa’s.

Gepost door: welmoed | dinsdag, 28 augustus, 2007

Een nacht met hem

Toen ik wakker werd vanochtend staarde ik recht in de groene ogen van mijn bedgenoot. Hij staarde mij chagerijnig aan, alsof het mijn schuld was dat ik hem wakker gemaakt had.

‘Goedemorgen,’ fluisterde ik.

Deze nacht had iets raars gehad, waarschijnlijk kwam dat doordat ik niet meer gewend was met iemand mijn bed te delen. Ook al sliep ik op een tweepersoonbed.

Ik herinner mij nog dat ik vannacht de dekens van hem weg gerukt had. Per ongeluk, heus! Misschien had ik hem ook nog een paar keer geschopt in mijn slaap. Tja, soms slaap en droom ik wild. Deze nacht was weer eens zo’n droomnacht, vol met dromen die zich vermengden met de realiteit.

Maar nu lag hij nog lief naast mij en beschikte hij over een riant deel van de deken. Zijn oranjerode haar stond in pieken overeind. Hij zag er ’s ochtends altijd zo schattig uit, ondanks zijn chagerijnige blik.

Ik streelde hem toen zachtjes over zijn zachte vacht en hij begon toen zachtjes te spinnen, en sloot zijn ogen. Zo te zien had mijn kat me vergeven voor het wakker maken.

Oudere Berichten »

Categorieën